Na de laatste wereldoorlog moest alles anders. Weg met de oude kunst. Er moest gebroken worden met de oude traditionele kunst en iets wat naar realisme ruikt was al helemaal verdacht geraakt door de voorkeur van de nazi’s voor dit soort kunst.

Niks geen zorgvuldige opbouw van een schilderij, gelijk uit de pot hup op het doek. Schilderen vanuit je gevoel. Je moest de emotie zien. Het gevecht aangaan met de materie, met de verf.

En misschien was het ook wel even nodig dat er eens een frisse wind ging waaien en er een nieuw begin werd gemaakt. Keerzijde is dat tegelijkertijd de door de eeuwen heen opgedane kennis overboord werd gegooid. Iedereen die wel eens een museum heeft bezocht,  heeft wel eens een oud schilderij gezien dat nog zo fris van kleur is dat het net is of het vorige week geschilderd is.

De oude meesters maakten zelf hun verf. En aangezien ze een reputatie hadden en kwaliteit willen leveren, werd er op gelet dat de basisproducten ook goed waren.

Met de opkomst van de industrie en het industrieel vervaardigen van verf werd het losgekoppeld van de kunstenaar. Lekker makkelijk. Ineens kon je met je tubes naar buiten. Direct schilderen. Tegelijk worden de eerste problemen binnen gehaald. Sommige synthetisch vervaardigde pigmenten blijken niet stabiel en verbleken. De schilderijen van Vincent van Gogh zijn roder geweest dan ze nu zijn en zo zijn er nog veel meer voorbeelden.

Bij de schilderijen van Karel Appel worden de gevolgen nu ook zichtbaar. Afbrokkelende verf, barsten en korsten in de huid. Verzakkingen en tranen. En misschien had Karel Appel dat ook wel mooi gevonden. Een schilderij dat gewoon door blijft leven en huilt omdat zijn baasje er niet meer is.

Slechte conditie schilderijen Karel Appel

Reageer op dit bericht